Het Hof Den Haag heeft recentelijk een interessante uitspraak gedaan over verdeling van aandelen van de DGA bij een scheiding.

Partijen hebben bij overeenkomst geregeld dat de aandelen van de BV aan de man worden toebedeeld, onder de verplichting dat hij de helft van de waarde daarvan aan de vrouw vergoedt.

De man gaat hiertegen in hoger beroep en verzoekt het Hof om de verdeling van de aandelen vast te stellen. De aandelen in de pensioen/stamrecht B.V. vormen een onderdeel van de te verdelen huwelijksgemeenschap en deze materie is zeer complex. Het Hof is dan ook van mening dat de man niet kan worden gehouden aan de overeenkomst omtrent de toedeling van de aandelen aan de man. Er is pas sprake van een volledige verdeling indien partijen ook overeenstemming hebben bereikt over alle financiële gevolgen met betrekking tot de aandelen. Nu partijen geen volledige overeenstemming hebben bereikt omtrent alle financiële gevolgen met betrekking tot de aandelen, heeft er geen verdeling plaatsgevonden.

Gezien de aard van de vennootschap (pensioen/stamrecht B.V.) acht het hof het redelijk en billijk om de aandelen tussen partijen gelijkelijk te verdelen. Nadien kunnen partijen er nog voor kiezen om, in het kader van een ruziesplitsing, over te gaan tot splitsing van de vennootschap, als dan kunnen de man en vrouw hun eigen beleid uitzetten met betrekking tot de onderneming. Partijen kunnen dan hun eigen pensioen/stamrechten gaan beheren.

Op dit moment zijn er binnen de vennootschap onvoldoende liquiditeiten aanwezig om pensioen- en stamrechten voor beide partijen uit te keren. Indien er tot afstorting zou worden overgegaan, zouden beide partijen, uit solidariteit, hun aanspraken op pensioen- en stamrechten in gelijke mate geldend moeten kunnen maken. Dit is op dit moment niet mogelijk. Geen van de partijen zal dan ook tot afstorting kunnen overgaan.

ECLI:NL:GHDHA:2015:3765