Marcel en Petra zijn in 2006 in gemeenschap van goederen getrouwd. Op 12 februari 2012 wordt hun zoon Niek geboren, over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Op 22 april 2015 openen Marcel en Petra een spaarrekening voor Niek. Op 1 mei 2015 gaan zij feitelijk uit elkaar. In 2016 wordt de echtscheiding geformaliseerd. In december 2019 boekt Petra het saldo van de spaarrekening van Niek over naar haar eigen bankrekening. In februari 2020 wordt Marcel belast met het eenhoofdig gezag over Niek.

Marcel vordert een verklaring voor recht (1) dat de spaarrekening van Niek deel uitmaakt van de huwelijksgemeenschap, (2) dat Petra haar rechten hierop heeft verbeurd en (3) dat de spaarrekening moet worden aangemerkt als een overgeslagen goed in de zin van artikel 3:185 BW. De rechtbank wijst de vorderingen af. Marcel gaat in hoger beroep, waarbij Petra niet komt opdagen.

Het hof overweegt als volgt. De spaarrekening staat op naam van Niek en niet (ook) op naam van Marcel en/of Petra. Uit HR 9 februari 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ6526) volgt dat dit niet het enige aanknopingspunt is, maar uit deze tenaamstelling en de andere aangevoerde feiten en omstandigheden volgt dat het de bedoeling van Marcel en Petra was om voor Niek te sparen. Het was uitdrukkelijk niet de bedoeling om het saldo van de spaarrekening voor hun eigen doeleinden aan te wenden. Marcel stelt dat het saldo op de spaarrekening op de peildatum nihil was, dat die rekening pas daarna is gevoed met geld afkomstig uit de huwelijksgemeenschap en dat het uiteindelijke saldo (€ 16.611,65) op de peildatum daarom nog deel uitmaakte van de huwelijksgemeenschap.

Het hof oordeelt dat voor het geval het saldo zich op de peildatum wél op de spaarrekening bevond, de rechtbank terecht heeft overwogen dat dit saldo, ook al is dit opgenomen door Petra, op grond van artikel 1:253l jo. 1:253j BW tot het vermogen van Niek behoort. Dit is ook in overeenstemming met de kennelijke bedoeling van partijen, te weten: het opbouwen van een spaartegoed voor Niek. Dit betekent dat het saldo geen deel uitmaakt van de huwelijksgemeenschap en Marcel geen verdeling daarvan kan vorderen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Helaas doet het Hof – door niet al te best procederen van de advocaat van Marcel – geen uitspraken over de terugbetalingsverplichting van Petra aan Niek. Feitelijk gezien zal zij hier wel zorg voor dienen te dragen. Het geld is en blijft van Niek.

Het is bijzonder aan te raden om bijstand te zoeken van een gespecialiseerde familierechtadvocaat die jou bij dergelijke kwesties kan helpen. Een advocaat waar je een klik mee hebt, die met je meedenkt en de schade voor jou en de andere betrokken zoveel mogelijk probeert te beperken. Nog beter is om het overleg te zoeken en zo tot een oplossing te komen waar jullie beiden achter kunnen staan.

We helpen je hier graag bij.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 6 oktober 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:3080