“Mijn dochter Fleur stapt naar de rechter, omdat ik, nadat ze 21 is geworden, gestopt ben met het betalen van alimentatie. Dit kan toch helemaal niet? De alimentatieplicht stopt toch gewoon als een kind 21 wordt?!”, aldus Martijn.


Uit het huwelijk tussen Martijn en Vivian is in 1994 dochter Fleur geboren. In 1997 zijn ze gescheiden. Fleur woont bij Vivian. De rechtbank heeft de door Martijn aan Vivian te betalen kinderalimentatie vastgesteld. In hun echtscheidingsconvenant (artikel 1 sub e) zijn Martijn en Vivian het volgende overeengekomen:

 

Wanneer Fleur ouder is dan 18 jaar en nog behoefte heeft aan alimentatie in de zin van de wet, loopt de alimentatieverplichting van de man door tot aan de 21-jarige leeftijd van Fleur (…). Wanneer Fleur na het bereiken van de 21-jarige leeftijd een opleiding/studie volgt en alsdan niet, althans niet geheel zelf in haar kosten van levensonderhoud en/of studie kan voorzien, verplichten partijen zich ten opzichte van elkaar inzage te geven in de hoogte van ieders inkomen en vervolgens naar evenredigheid bij te dragen in de kosten van levensonderhoud c.q. studie van Fleur’.

 

Na het voltooien van haar mbo-opleiding, start Fleur in 2014 met een vierjarige vervolgopleiding op hbo-niveau. In 2015 bereikt zij de 21-jarige leeftijd. Martijn stopt daarop met het voldoen van de maandelijkse bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie.

 

Fleur verzoekt de rechtbank te bepalen dat Martijn het echtscheidingsconvenant dient na te komen en een bedrag van € 648,81 per maand aan haar moet betalen in verband met de kosten van haar levensonderhoud en/of studie. De rechtbank wijst het verzoek toe. Martijn gaat in hoger beroep.

 

Partijen verschillen van mening over de vraag of artikel 1 sub e van het echtscheidingsconvenant zo moet worden uitgelegd dat Martijn in de huidige omstandigheden ook na het 21e levensjaar van Fleur op grond van genoemde bepaling in het convenant gehouden is tot betaling van een maandelijkse onderhoudsbijdrage aan Fleur.

 

Het hof overweegt als volgt. Vaststaat dat het echtscheidingsconvenant in november 1996 door de gezamenlijke advocaat van Martijn en Vivian is opgesteld. Martijn heeft gesteld dat deze advocaat een standaardmodel echtscheidingsconvenant hanteerde, dat hij enkel kennis heeft genomen van het (standaard)concept en dat de daarin opgenomen bepalingen, waaronder het desbetreffende artikel 1 sub e, destijds niet uitvoerig door de advocaat met hem en Vivian zijn besproken. Volgens Vivian hebben zij en Martijn destijds wel gesproken over de inhoud van het convenant en de situatie van Fleur op het moment dat zij nog zou studeren na haar 21e levensjaar, en vonden zij en Martijn het destijds belangrijk dat Fleur een goede toekomst zou hebben en onbezorgd zou kunnen studeren. Vivian heeft gesteld dat zij en Martijn met artikel 1 sub e van het convenant wilden voorkomen dat Fleur, net als Martijn, op latere leeftijd, in verband met de kosten, een avondstudie zou moeten volgen. Martijn heeft deze stellingen niet weersproken.

 

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat uit de bewoordingen van artikel 1 sub e van het convenant en uit de feiten en omstandigheden ten tijde van het sluiten van het convenant volgt dat Martijn en Vivian bij het aangaan van het convenant hebben beoogd de verplichting op zich te nemen om onder de in de desbetreffende bepaling genoemde condities naar evenredigheid van ieders inkomen een bijdrage te betalen in de kosten van levensonderhoud en/of studie van Fleur na haar 21e levensjaar. Het hof is derhalve van oordeel dat Martijn en Vivian op grond van deze bepaling gehouden zijn tot betaling van een maandelijkse bijdrage aan Fleur na haar 21e levensjaar in zoverre dat Fleur, gelet op alle omstandigheden, waaronder het feit dat zij een hbo-dagstudie volgt, redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht in haar eigen kosten van levensonderhoud en studie te voorzien.

 

Tot de 21e verjaardag van kinderen zijn ouders wettelijk verplicht om bij te dragen in hun kosten. Het uitgangspunt is in principe dat een kind dat 21 jaar of ouder is, ook als hij/zij studeert, in staat moet worden geacht om door het verrichten van arbeid in zijn levensonderhoud te voorzien en dus niet behoeftig is. De onderhoudsverplichting kan echter ook na het 21ste jaar doorlopen. Het kind zal dan wel moeten aantonen dat het niet zelf in zijn levensonderhoud kan voorzien, dus dat hij/zij nog behoeftig is.

 

Het is niet verplicht om, zoals in casu, in een ouderschapsplan (of destijds convenant) een afspraak op te nemen over de verdeling van de kosten van een kind na het bereiken van zijn/haar 21ste,  maar het is wel gebruikelijk. In de meeste gevallen wordt er wel een maximumleeftijd opgenomen. Kies je ervoor om deze bepaling op te nemen, dan is dit beding onherroepelijk en heeft je kind recht om nakoming van dit beding te vorderen. Indien het kind nog minderjarig is ten tijde van het opstellen van het ouderschapsplan, dan ondertekenen de ouders dit stuk tevens in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige kind. De ondertekening geldt daardoor tevens als aanvaarding van het hierboven omschreven derdenbeding. Indien het kind reeds jongmeerderjarig (18-21 jaar) is ten tijde van het ondertekenen van dit stuk, dient hij/zij zelf ook een handtekening hiervoor te zetten.

 

Bij een scheiding moeten er natuurlijk een hoop praktische zaken geregeld worden. Er komt echter wel wat bij kijken om alles, met name op het juridische, financiële en fiscale vlak, in goede banen te leiden. Staar je dus niet blind op al die lage (online) pakketprijzen om je scheiding te regelen. Goedkoop is in dit soort gevallen vaak duurkoop! Laat je goed informeren en adviseren door een gespecialiseerde professional die de tijd voor je neemt. Iemand die met je meedenkt en zich niet alleen focust op het afronden van de scheiding, maar ook op de periode daarna en alles wat daarbij komt kijken. Zo kan je je eerder richten op de toekomst. En daar is toch iedereen bij gebaat?!

 

Speciaal voor de mensen die gaan scheiden en hier niet te veel geld aan uit willen geven, maar wel het belang zien van het betrekken van deskundige professionals bij jullie scheiden, hebben wij het Doe-het-Zelf traject gelanceerd. In dit traject verrichten jullie voornamelijk zelf veel werkzaamheden, waardoor jullie de kosten kunnen beperken, maar vindt er wel een check plaats, door een familierechtadvocaat en financieel echtscheidingsadviseur, aan de hand van de juridische normen en maatstaven. Alle stukken worden gezamenlijk doorgenomen, zodat we zeker weten dat alles aansluit bij jullie wensen en doelen.

 

[pexcirclecta pex_attr_small_title=”Meer weten?” pex_attr_title=”Neem dan nu contact met ons op!” pex_attr_button_text=”Contact opnemen” pex_attr_button_link=”/contact” pex_attr_button_link_open=”same” pex_attr_button_color=”AE3537″][/pexcirclecta]