De wettelijke maatstaven voor het bepalen van de omvang van alimentatie zijn, zoals bekend, behoeftigheid, behoefte en draagkracht.

 

Naast persoonlijke omstandigheden worden in de behoefte ook de omstandigheden met betrekking tot het welstandsniveau in de huwelijksperiode meegewogen bij het toekennen van alimentatie. Er dient bij het bepalen van de behoefte rekening gehouden te worden met alle relevante omstandigheden, waaronder de hoogte en de aard van de inkomsten en uitgaven van partijen tijdens het huwelijk en de naar alle waarschijnlijkheid te verwachten kosten van levensonderhoud na de scheiding.

 

Nog net voor de zomervakantie heeft het Hof Den Haag een interessante uitspraak gedaan, die ik graag hieronder toelicht.

 

In deze zaak hadden partijen tijdens hun huwelijk op te grote voet geleefd en hadden zij hierdoor ingeteerd op het vermogen van de BV van de man. De man was van mening dat de rechtbank de behoefte van de vrouw te hoog had vastgesteld en ging in hoger beroep. Doordat partijen een zeer riante levensstijl hadden tijdens het huwelijk, hadden zij ingeteerd op vermogen, dat bestond uit een vordering op de BV van de man. Volgens de man was het ook voor de vrouw duidelijk dat de BV geen middelen meer zou hebben om de vordering af te lossen en dat zij hun levensstijl zouden moeten veranderen. De man was dan ook van mening dat de rechtbank hier rekening mee had moeten houden.

 

De vrouw meende echter dat de omstandigheid dat partijen tijdens het huwelijk gewend waren om in te teren op het vermogen meegewogen diende te worden bij het bepalen van de behoefte, omdat er voor de behoefte ook gekeken moet worden naar de welstand tijdens het huwelijk.

 

Partijen woonden in een groot huis, hadden luxe auto’s, maakten regelmatig verre reizen; je kan het zo gek niet bedenken! Het Hof overwoog in deze zaak uiteindelijk dat interen op vermogen ook behoeftescheppend is en volgde daarom de rechtbank in haar overweging.

 

In deze zaak werd het alimentatieverzoek van de vrouw echter toch nog afgewezen door het Hof, vanwege het feit dat de man een dusdanig hoge schuldenlast had dat hij daarnaast geen partneralimentatie kon betalen. De vrouw is er dus, voor nu, niets mee opgeschoten….