Is het krediet zakelijk of privé? En maakt dat wat uit?

“Het doorlopend krediet is door mijn ex-partner afgesloten zonder dat ik het wist en ik heb er ook helemaal geen profijt van gehad. Ik vind dan ook dat het krediet verknocht is aan mijn ex.”

Pieter en Valerie zijn in gemeenschap van goederen met elkaar getrouwd. Pieter is ondernemer en heeft een eenmanszaak. Tijdens het huwelijk sluit Pieter op naam van de eenmanszaak een doorlopend krediet af bij ABN Amro van € 44.587. In 2013 eindigt het huwelijk in een echtscheiding.

 

De rechtbank stelt vast dat zowel de eenmanszaak als het krediet in de huwelijksgoederengemeenschap zijn gevallen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat van het krediet een gedeelte van € 8.337 is aangewend voor de eenmanszaak en € 36.250 voor privé gebruik. Het bedrag van € 8.337 verwerkt de rechtbank vervolgens in de waarde van de eenmanszaak, die daarmee uitkomt op € 14.381. De rechtbank deelt de eenmanszaak toe aan Pieter, evenals het krediet van € 36.250 (derhalve in totaal een negatief bedrag van € 21.869). Daarmee is Valerie volgens de rechtbank overbedeeld voor een bedrag van (€ 21.869 : 2 =) € 10.934,50. Dit bedrag zou zij nog aan Pieter moeten betalen. Valerie gaat in hoger beroep. Volgens haar is het volledige krediet (en dus niet slechts het bedrag van € 8.337) zakelijk en onderdeel van de aan Pieter toegedeelde eenmanszaak.

 

Het hof overweegt als volgt. Valerie betoogt dat het hele krediet zakelijk is (lees: aangewend voor de eenmanszaak). Dit betoog houdt geen stand. Ook als het krediet volledig in mindering wordt gebracht op de waarde van de eenmanszaak, verandert dat niets aan het feit dat Valerie overbedeeld wordt. De rekensom is anders, maar de uitkomst blijft hetzelfde. De waarde van de onderneming is dan € 36.250 minder, en komt uit op (€ 14.381 minus € 36.250 =) € 21.869 (negatief). Valerie is dan nog steeds overbedeeld voor het bedrag van € 10.934,50.

 

Bij echtscheiding dient de gemeenschap bij helfte verdeeld te worden. Een afwijking van deze regel kan slechts worden aangenomen in zeer uitzonderlijke omstandigheden, waarin het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat de ene echtgenoot zich jegens de andere beroept op een verdeling bij helfte van de ontbonden gemeenschap. De door Valerie gestelde omstandigheden – dat het krediet door Pieter is afgesloten zonder haar medeweten, dat zij geen zicht heeft gehad op het krediet en dat zij van het krediet ook geen profijt heeft gehad – zijn geen zeer uitzonderlijke omstandigheden als hiervoor bedoeld en vormen evenmin voldoende grond om de eenmanszaak dan wel alleen het krediet aan Pieter als verknocht aan te merken. Valerie moet dan ook het bedrag van € 10.934,50 nog aan Pieter betalen.

 

Natuurlijk valt en staat het in procedures met een goede onderbouwing van de standpunten. Het is dus van groot belang om bijstand te zoeken van een gespecialiseerde familierechtadvocaat die u hierbij kan helpen. Voor specialisten bent u bij ons aan het goede adres!

 

Komt u er niet uit of heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact op.

Wij staan voor u klaar.

Contact opnemen