Mag Vincent stoppen met het betalen van partneralimentatie?

Vincent en Nena zijn in 2015 gescheiden. De rechtbank heeft, overeenkomstig de door Vincent en Nena in hun echtscheidingsconvenant gemaakte afspraken, de door Vincent te betalen partneralimentatie vastgesteld op € 1.251 per maand.

Vincent verzoekt de rechtbank de door hem aan Nena te betalen partneralimentatie met ingang van 1 september 2016 op nihil te stellen, waardoor hij niets meer zou hoeven te betalen. Volgens hem woont Nena sinds die datum namelijk samen met haar nieuwe partner Ferdi “als waren zij gehuwd” (artikel 1:160 BW). De rechtbank wijst het verzoek af. Vincent gaat in hoger beroep.

Het hof overweegt als volgt. Nena heeft gemotiveerd betwist dat er sprake is van een affectieve relatie tussen haar en Ferdi. Uit het door Vincent overgelegde rechercherapport blijkt weliswaar dat er contacten waren tussen Nena en Ferdi, hetgeen Nena ook zeker niet ontkent, maar het rapport bevat onvoldoende concrete gegevens om vast te stellen dat er ook daadwerkelijk een affectieve relatie tussen hen bestaat. Al zou er al meer zijn (geweest) dan alleen een vriendschappelijke relatie tussen Nena en Ferdi, dan is het hof nog van oordeel dat Vincent onvoldoende met feiten onderbouwd, heeft gesteld dat aan de overige te stellen eisen in het kader van artikel 1:160 BW (duurzaamheid van de affectieve relatie, samenwonen, gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse verzorging) is voldaan.

De stellingen van Vincent (dat Nena en Ferdi samen naar een (familie)feest gaan, samen op vakantie gaan en samen boodschappen doen), zijn daartoe ontoereikend. De verwijzingen van Vincent naar het rechercherapport maken dat niet anders. Op diverse punten in het rapport blijkt dat er slechts sprake is van aannames, veronderstellingen of interpretaties van de rechercheur (en niet van feitelijke constateringen, zoals Nena terecht heeft gesteld). Bovendien, waar er al sprake is van feitelijke constateringen, leiden deze niet tot de vaststelling dat sprake is van meer dan een vriendschappelijke of een affectieve relatie tussen Nena en Ferdi, en kunnen zij evenmin dienen als onderbouwing van de andere vereisten in het kader van artikel 1:160 BW. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Vincent moet de partneralimentatie blijven betalen.

Procedures in het familierecht zijn onzeker. Op voorhand is vaak niet te zeggen wat de uitkomst van een procedure zal zijn, aangezien alle omstandigheden van het geval een rol spelen en niet altijd is in te schatten aan welke omstandigheden een rechter meer gewicht toekent. Garanties kunnen niet gegeven worden. De uitkomst is dus ook afhankelijk van de zittende rechter. Natuurlijk valt en staat het met een goede onderbouwing van de standpunten.

Een rechercherapport is vaak de manier om aan te tonen dat een ex-partner samenwoont met een nieuwe relatie. Er dienen echter wel feitelijke constateringen in te staan en geen aannames of interpretaties van de rechercheur in kwestie. De kosten die met een dergelijk rapport gepaard gaan, zijn vaak hoog. Het is dus van groot belang om in dergelijke zaken bijstand te zoeken van een gespecialiseerde familierechtadvocaat die jou hierbij kan helpen en samen met jou kan afwegen of het zinvol is om een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren op dit moment. Een advocaat waar je een klik mee hebt, die met je meedenkt en de schade voor jou en de andere betrokken zoveel mogelijk probeert te beperken. Nog beter is om het overleg te zoeken en zo tot een oplossing te komen waar jullie beiden achter kunnen staan.

Wampie van Arkel en Anouk Hansma helpen je hier graag bij.