Mag Mark de kinderalimentatie verlagen nu hij voor zichzelf begonnen is en minder verdient dan voorheen?

Uit het huwelijk tussen Mark en Vera is in 2002 Bram geboren. In 2016 vragen ze de echtscheiding aan. Bram heeft zijn hoofdverblijfplaats bij Vera. De rechtbank heeft de door Mark aan Vera te betalen kinderalimentatie, overeenkomstig de door hen in hun echtscheidingsconvenant gemaakte afspraken, vastgesteld op € 400 per maand.

 

Mark verzoekt de rechtbank de door hem aan Vera te betalen kinderalimentatie met ingang van 1 oktober 2017 te wijzigen naar € 25 per maand. De rechtbank wijst het verzoek af. Mark gaat in hoger beroep.

 

Mark is van mening dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden (artikel 1:401 lid 1 BW): zijn dienstverband bij ABN AMRO is in februari 2017 beëindigd. Sinds juli van dat jaar is hij – tegen een significant lager salaris – als zelfstandig ondernemer begonnen, waardoor hij niet langer de draagkracht heeft om de in 2016 vastgestelde onderhoudsbijdrage te kunnen (blijven) voldoen. Vera stelt dat het Mark zijn eigen keuze is geweest om na zijn ontslag als zzp’er aan de slag te gaan. Hem moet in ieder geval een verdiencapaciteit ter hoogte van zijn loon bij ABN AMRO worden toegedicht, aldus Vera.

 

Het hof acht de beslissing van Mark om als zelfstandig ondernemer te starten, gezien zijn ter zitting gegeven toelichting, begrijpelijk. Zijn keuze voor een startersuitkering, om zo snel mogelijk zijn eigen onderneming te kunnen starten, is naar het oordeel van het hof niet onredelijk, ook niet met het oog op zijn onderhoudsplicht jegens Bram. Gezien de leeftijd van Mark (57) en de (financiële) sector waarin hij werkzaam is, heeft Mark voldoende aannemelijk gemaakt dat het vinden van een dienstverband met een loon ter hoogte van zijn salaris bij ABN AMRO moeilijk is. Het hof gaat daarom, bij de bepaling van de draagkracht van Mark, uit van de startersuitkering die Mark van 1 juli 2017 tot 1 januari 2018 ontving, zijnde € 1.552 netto per maand.

 

Bij het einde van zijn dienstverband heeft Mark echter wel een ontslagvergoeding van (afgerond) € 75.000 ontvangen. Zo’n vergoeding heeft tot doel Mark te compenseren voor de financieel nadelige effecten van zijn ontslag. In die bedoeling past het om de vergoeding over een bepaalde periode te verdelen, ter aanvulling van de startersuitkering en/of het inkomen. Mark heeft echter gesteld dat hij de vergoeding al heeft opgemaakt aan ‘noodzakelijke uitgaven’, zoals de aanschaf van een nieuwe auto (om cliënten mee te bezoeken) en het inrichten van zijn nieuwe woning (inclusief kantoor aan huis). Het hof is van oordeel dat Mark destijds (naast de ontslagvergoeding) over een dusdanig vermogen beschikte, dat hij in staat was (en geacht mocht worden) om dergelijke kosten in zijn vermogen – en dus niet zijn ontslagvergoeding – te voldoen. De door hem gestelde uitgaven, die hij van zijn ontslagvergoeding heeft betaald, hebben geen voorrang op de door hem te betalen kinderalimentatie.

 

Uit zijn IB-aangiften 2017 en 2018 blijkt dat Mark over een vermogen beschikte van € 87.040 (per 1 januari 2017) respectievelijk € 76.119 (per 1 januari 2018), onder meer bestaande uit een beleggingsrekening. Nu Mark dit vermogen had kunnen aanwenden voor de betaling van de kosten die hij van zijn ontslagvergoeding heeft betaald, zodat hij de ontslagvergoeding had kunnen gebruiken voor het gebruikelijke doel daarvan (aanvulling van verminderd inkomen), acht het hof het redelijk dat Mark nu zijn vermogen, tot het nettobedrag van de ontslagvergoeding, aanwendt ter aanvulling op zijn inkomen. Het hof houdt derhalve, bij de bepaling van de draagkracht van Mark, rekening met een nettobedrag van € 75.000 dat Mark uit zijn vermogen kon aanwenden ter aanvulling van zijn inkomen vanaf 1 april 2017, tot het bedrag dat hem voorheen in staat stelde de overeengekomen kinderalimentatie te betalen.

 

Voor 2019 acht het hof het redelijk om uit te gaan van een winst uit onderneming in 2019 van € 30.000, welk bedrag Mark (ook gelet op zijn gezondheid) in redelijkheid zou moeten kunnen verwerven. Dit brengt mee dat hij in 2019 een netto besteedbaar inkomen heeft van € 2.300 per maand en dat hij naar verwachting € 14.400 van zijn vermogen dient aan te wenden ter aanvulling op zijn winst.
Het hof gaat ervan uit dat Mark eind 2019 € 45.735 van zijn vermogen heeft opgemaakt om zijn inkomen aan te vullen tot het niveau zoals ten tijde van het tekenen van het echtscheidingsconvenant. Dat betekent dat alsdan ruim voldoende resteert om in ieder geval nog in 2020 en een aanzienlijk deel van 2021 zijn (ten opzichte van zijn inkomen ten tijde van het tekenen van het echtscheidingsconvenant) lagere inkomen aan te vullen tot het niveau van zijn voormalige loon uit dienstbetrekking.

 

Gelet op dit tijdpad is het hof van oordeel dat het thans niet mogelijk is om een precieze termijn te noemen waarbinnen Mark nog in staat moet worden geacht de kinderalimentatie te voldoen. Op dit moment is het lastig te voorspellen hoe de winst van Mark zich ontwikkelt. Daarnaast wordt Bram in 2020 meerderjarig. In hun echtscheidingsconvenant zijn partijen overeengekomen dat zij dan, samen met Bram, zullen overleggen over zijn bijdrage. Op dat moment zullen partijen en Bram dan ook samen, aan de hand van de situatie van dat moment, afspraken moeten maken over de kosten van levensonderhoud en studie van Bram.

 

Een procedure in het familierecht is onzeker. Op voorhand is vaak niet te zeggen wat de uitkomst van een procedure zal zijn, aangezien alle omstandigheden van het geval een rol spelen en niet altijd is in te schatten aan welke omstandigheden een rechter meer gewicht toekent. Garanties kunnen niet gegeven worden. De uitkomst is dus ook afhankelijk van de zittende rechter. Natuurlijk valt en staat het met een goede onderbouwing van de standpunten. Het is dus van groot belang om in dergelijke zaken bijstand te zoeken van een gespecialiseerde familierechtadvocaat die u hierbij kan helpen. Een advocaat waar u een klik mee heeft en die met u meedenkt.

 

 

Heeft u vragen?

Voor familierechtspecialisten bent u bij ons aan het juiste adres.

Contact