Uit de relatie tussen Dave en Nadine zijn twee (nu nog minderjarige) kinderen geboren, over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. In 2014 beëindigen zij hun relatie. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij Nadine. Tussen de kinderen en Dave is een omgangsregeling van kracht (om de week van vrijdag tot woensdag, plus de helft van de schoolvakanties en feestdagen).

Dave verzoekt de rechtbank de door Nadine aan hem te betalen kinderalimentatie vast te stellen. De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt de door Nadine te betalen onderhoudsbijdrage op € 65,50 per kind per maand. In hoger beroep voert Nadine aan dat de kinderen hun hoofdverblijf bij haar hebben en dat zij alle verblijfsoverstijgende kosten en een groot deel van de verblijfskosten voor de kinderen voldoet.

Het hof overweegt als volgt. Doorgaans wordt kinderalimentatie betaald aan de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben. Daarbij is uitgangspunt dat de ouder waar het kind zijn/haar hoofdverblijfplaats heeft alle verblijfsoverstijgende kosten en de verblijfskosten van het kind bij hem/haar betaalt, en dat de andere ouder de kosten die samenhangen met het verblijf bij hem/haar (de zogenaamde zorgkosten) voor zijn/haar rekening neemt. Deze zorgkosten worden bij berekening van kinderalimentatie afgeleid van de behoefte van de kinderen, welke behoefte weer is afgeleid van de welstand waarin partijen eerder als gezin leefden.

In bijzondere omstandigheden kan er wel sprake zijn van het opleggen van alimentatie voor een kind aan degene bij wie het kind niet zijn/haar hoofdverblijf heeft. Die omstandigheden zijn:

  1. Het bestaan van een ruime omgangsregeling met de andere ouder,
  2. Een hoge draagkracht bij de verzorgende ouder,
  3. Een lage draagkracht bij de niet-verzorgende ouder,
  4. De vraag in hoeverre de ouders in de totale behoefte van de kinderen kunnen voorzien.

Afhankelijk van die omstandigheden kan er in bijzondere omstandigheden aanleiding zijn om de verzorgende ouder te laten bijdragen in de zorgkosten van de andere ouder. Het is niet de bedoeling dat een alimentatieplicht voor de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben enkel leidt tot een inkomensoverheveling van die ouder naar de andere ouder.

Het hof oordeelt dat er in deze zaak sprake is van een ruime omgangsregeling. Na berekening van behoefte en draagkracht vernietigt het hof echter de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van Dave alsnog af.

Procedures in het familierecht zijn als tijd onzeker. Het is dus van groot belang om in dergelijke zaken bijstand te zoeken van een gespecialiseerde familierechtadvocaat die jou hierbij kan helpen en samen met jou kan afwegen of het zinvol is om een procedure te starten. Een advocaat waar je een klik mee hebt, die met je meedenkt en de schade voor jou en de andere betrokken zoveel mogelijk probeert te beperken. Nog beter is om het overleg te zoeken en zo tot een oplossing te komen waar jullie beiden achter kunnen staan.

Wampie van Arkel en Anouk Hansma helpen je hier graag bij.