17-09-14 | In deze Prinsjesdagspecial zijn de belangrijkste maatregelen uit het Belastingplan 2015 op een rijtje gezet, die wellicht belangrijk voor u zijn.

MAATREGELEN VOOR ONDERNEMINGEN

Nieuwe tarieven inkomstenbelasting

Voor belastingplichtigen die zijn geboren op 1 januari 1946 of later gelden hoogstwaarschijnlijk de volgende tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting:

Tarief inkomstenbelasting / premies volksverzekeringen 2015

Tarief inkomstenbelasting / premies volksverzekeringen 2015

                   Bel.ink. > dan (€)     Maar niet > dan (€)     Tarief 2015 (%)

1e schijf      –                               19.822                        36,5

2e schijf      19.822                      33.589                       42,0

3e schijf      33.589                      57.585                       42,0

4e schijf      57.585                       –                                52,0

Meest vergelijkbare baan al voldoende

Voor de Belastingdienst wordt het eenvoudiger om het gebruikelijk loon vast te stellen. Nu moet de inspecteur nog een gewone werknemer vinden in soortgelijke omstandigheden als de dga. Vanaf 2015 mag de Belastingdienst uitgaan van de dienstbetrekking die – afgezien van het ontbreken van een aanmerkelijk belang – het best is te vergelijken met de functie van de dga.

Minder marge in gebruikelijk loon

Als de inspecteur aannemelijk kan maken dat het zakelijk loon voor de werkzaamheden van een directeur-grootaandeelhouder (dga) meer bedraagt dan het minimumbedrag van € 44.000 (bedrag 2014 en 2015), mag hij een hoger gebruikelijk loon in aanmerking nemen. Hij mag dit loon nu vaststellen op het loon van de meest verdienende werknemer in de bv of, als dit meer is, 70% van het loon van een gewone werknemer in soortgelijke omstandigheden. In 2015 kan de inspecteur het gebruikelijk loon stellen op 75% van het loon dat hoort bij de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

MAATREGELEN VOOR FINANCIËLE PLANNING

Rente op restschuld 15 jaar aftrekbaar

Door de prijsdalingen op de huizenmarkt staan momenteel veel huizen ‘onder water’. Bij verkoop houden huizenbezitters momenteel een restschuld omdat de verkoopprijs van hun woning lager is dan het bedrag waarover de hypotheekrente mag worden afgetrokken (dus de eigenwoningschuld). Het kabinet heeft daarom besloten om de maximale periode voor aftrek van rente en kosten op restschulden met ingang van 1 januari 2015 te verlengen van 10 jaar naar 15 jaar. Deze maatregel leidt volgens het kabinet tot een vermindering van de maandelijkse lasten voor het ‘oude’ huis en maakt aankoop van een ander huis beter mogelijk.

Dubbele renteaftrek blijft mogelijk

Wie een nieuwe eigen woning heeft gekocht maar tegelijkertijd nog een oude woning heeft, kan onder voorwaarden zowel de hypotheekrente over de nieuwe woning als de oude woning aftrekken. Het moet dan gaan om een leegstaande voormalige eigen woning die te koop staat of en leegstaande toekomstige eigen woning. Er geldt een tijdelijk regeling die ervoor zorgt dat maximaal drie jaar (inplaats van twee) dubbele renteaftrek mogelijk is. Deze regeling zou op 1 januari 2015 eindigen, maar is nu structureel gemaakt.

Let op!

Na de beëindiging van de verhuur van de voormalig eigen woning is de hypotheekrente weer aftrekbaar tot maximaal 3 jaar nadat u de woning hebt verlaten. Ook deze tijdelijke maatregel wordt per 1 januari 2015 structureel gemaakt.


Ouderentoeslag box 3 alleen nog in 2015!

Oudere belastingplichtigen kunnen alleen in 2015 nog profiteren van de ouderentoeslag in box 3 van de inkomstenbelasting. De ouderentoeslag is een verhoging van maximaal € 27.984 van het heffingsvrije vermogen. Per 1 januari 2016 wordt deze toeslag afgeschaft. Dat is nog niet alles. Naast de afschaffing van de ouderentoeslag wordt de ouderenkorting voor oudere belastingplichtigen met een inkomen tot € 36.200 verlaagd met € 83. Voor inkomens boven die grens zal de korting in 2016 € 70 bedragen.

Let op!

De ouderentoeslag geldt alleen voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt op 31 december van het jaar van aangifte of bij het einde van de belastingplicht.

Einde (keuze)regeling buitenlandse belastingplichtigen

Tot 1 januari 2015 kon een buitenlandse belastingplichtige kiezen om voor de inkomstenbelasting te worden behandeld als binnenlandse belastingplichtige. Vanaf 1 januari 2015 is er geen keuze meer: iemand kwalificeert wel of niet als buitenlandse belastingplichtige voor de inkomstenbelasting. Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen zijn in ieder geval inwoners van EU-lidstaten, de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland of de BES-eilanden die 90% of meer van hun inkomen in Nederland verdienen. Als iemand niet het gehele jaar als binnenlandse belastingplichtige kwalificeert, zou hij geen heffingskorting krijgen in dat jaar. Om dit te voorkomen worden de regels aangepast. De heffingskorting zal voortaan tijdsevenredig worden toegekend voor de periode waarin de belastingplichtige binnenlandse of kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is.

Let op!

De tijdsevenredige heffingskorting vraagt ook om een aanpassing van de systemen van de Belastingdienst. Hiervoor is minimaal een jaar nodig. Daarom wordt in 2015 bij wijze van overgang de gehele heffingskorting toegekend aan personen die slechts een deel van het jaar binnenlandse of kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen zijn.

Voorwaarden voor afkoop netto lijfrente

Vanaf 1 januari 2015 is het niet meer mogelijk om pensioen op te bouwen boven de € 100.000. Wel mogen werknemers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) over hun netto-inkomen zelfstandig bijsparen voor hun oudedagsvoorziening via een netto lijfrente. Aangezien het gespaarde bedrag in box 3 valt, kan men een beroep doen op een vrijstelling in deze box. Het wordt mogelijk zo’n netto lijfrente eerder op te nemen, bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheid. In het Belastingplan is opgenomen dat in dit geval van (gedeeltelijke) afkoop van de netto lijfrente alsnog een bedrag in box 3 in aanmerking moet worden genomen. Dit bedrag is een forfaitaire benadering van het genoten box 3-voordeel. Hierbij geldt wel een tegenbewijsregeling om te voorkomen dat deze forfaitaire benadering onevenredig ruw uitwerkt.

Let op!

Er komt ook een afzonderlijke vrijstelling in box 3 voor netto pensioenen. Daarbij is zo veel mogelijk aangesloten bij de regels van de Wet op de loonbelasting voor beschikbare premieregelingen.

Overzicht heffingskortingen 2015

                                                     2014 (€)                               2015 (€)

Heffingskortingen

Algemene heffingskorting              2103                                      2203

maximaal < AOW-leeftijd

Algemene heffingskorting              1065                                      1123

maximaal > AOW-leeftijd

Afbouwpercentage algemene         2%                                         2,32%

heffingskorting

Algemene heffingskorting              1366                                      1342

minimaal < AOW-leeftijd

Algemene heffingskorting               692                                        686

minimaal > AOW-leeftijd

Arbeidskorting max.                        2097                                      2220

Afbouwpercentage                          4%                                        4%

arbeidskorting

Arbeidskorting min.                         367                                       184

Werkbonus max.                             1119                                      1119

Inkomensafhankelijke                     2133                                      2152

combinatiekorting max.

Alleenstaande ouderkorting            2266                                      Vervallen

max.

Jonggehandicaptenkorting              708                                        715

Ouderenkorting                              1032 / 150                             1042 / 152

Alleenstaande ouderenkorting        429                                        433

Korting groene beleggingen           395                                        399

maximum

© Licent Academy 2014