Donderdag 8 september jl. heeft de Raad van State advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel van de VVD, PvdA en D66 tot wijziging van het huidige stelsel van partneralimentatie. De partijen willen dat partneralimentatie eerlijker, simpeler en van kortere duur wordt. Daarnaast wensen zij de grondslag voor de betaling van partneralimentatie te veranderen van ‘lotsverbondenheid’ naar ‘compensatie voor het verlies aan verdiencapaciteit’.

 

Realiteit

De Raad van State is van mening dat de initiatiefnemers uitgaan van een situatie die niet overeenkomt met de werkelijkheid. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat vrouwen op het moment van scheiden vaak een grote achterstand op de arbeidsmarkt hebben. Daarnaast is de verdeling van zorgtaken na scheiding meestal ook niet gelijk. De initiatiefnemers gaan er in hun voorstel echter vanuit dat de alimentatiegerechtigde, in veel gevallen de vrouw, op redelijk korte termijn na echtscheiding weer volledig in eigen levensonderhoud kan voorzien.
Grondslag
De initiatiefnemers stellen voor dat er alleen een recht op partneralimentatie bestaat als de verdiencapaciteit na de echtscheiding lager is dan bij het aangaan van het huwelijk. De Raad van State verwacht dat dit ertoe zal leiden dat er in een groot aantal gevallen geen recht op partneralimentatie bestaat en dit kan leiden tot schrijnende en ongewenste situaties. De Raad van State is daarnaast van mening dat de berekening van partneralimentatie niet simpeler zal gaan worden, dan dat momenteel het geval is. Je hebt nou eenmaal met een groot aantal variabelen te maken!

 

Duur
De initiatiefnemers stellen voor om de alimentatieduur te verkorten, tot maximaal 5 jaar. Op deze maximale termijn zijn slechts enkele uitzonderingen mogelijk. De Raad van State vindt het belangrijk om rekening te houden met het feit dat met name vrouwen de zorg voor de kinderen hebben, zowel tijdens het huwelijk als na de scheiding. Na het krijgen van kinderen gaat een vrouw in de meeste gevallen (veel) minder werken waardoor zij haar positie op de arbeidsmarkt niet kan behouden. In deze tijd is het erg lastig om na er een aantal jaren uit te zijn geweest dezelfde functie te krijgen.  De Raad van State is van mening dat de verkorting van de alimentatieduur hier onvoldoende rekening mee houdt. Ook ontbreekt er volgens de Raad van State een regeling voor langdurige huwelijken waarbij het nog langer dan 10 jaar duurt voor de alimentatiegerechtigde recht heeft op een AOW-uitkering.

 

Heroverweging
De Raad van State geeft aan dat de toelichting op het initiatiefwetsvoorstel niet duidelijk maakt in welke mate een wijziging bij zou dragen aan het oplossen van de gesignaleerde problemen en het verminderen van de vele procedures. De limitering van de duur van partneralimentatie, in combinatie met de voorgestelde berekeningssystematiek, zal naar verwachting tot schrijnende gevallen leiden. Daarnaast is er door de beperkte wijzigingsmogelijkheden weinig ruimte voor maatwerk en laat dit nou juist erg belangrijk zijn in het familierecht!

 

De Raad van State adviseert de initiatiefnemers dan ook om het voorstel, en met name de berekeningssystematiek en het verkorten van de duur, te heroverwegen. Daarnaast zou het voorstel nog op een groot aantal andere punten aangepast dienen te worden. Nu afwachten hoe de VVD, PvdA en D66 dit gaan oppakken……