Alimentatie vaststellen bij een ondernemer – overleg of procederen?

Alimentatie vaststellen bij een ondernemer is een stuk uitdagender dan bij iemand in loondienst. Het inkomen van iemand in loondienst is meestal duidelijk. Dus ook de uitgangspunten waarop de alimentatie gebaseerd moet worden. Er kan hooguit discussie zijn over looncomponenten die niet vast zijn, zoals bonussen en overwerk. Bij een ondernemer is het een stuk complexer. Waar ga je vanuit? Van het salaris dat de directeur grootaandeelhouder zichzelf geeft? Of wordt er ook gekeken naar de winst die de BV maakt?

Alimentatie bij een BV
Daar is vaak discussie over. Tegenwoordig heeft een BV een zogenaamde uitkeringstoets en een balanstest. Er kan alleen dividend uitgekeerd worden wanneer het eigen vermogen van de BV groter is dan de reserves die aangehouden moeten worden. Ook is van belang dat het voldoen van openstaande schulden niet in gevaar komt. Daarnaast spelen de toekomstplannen van de BV voor investeringen et cetera een rol.

Dan is ook nog van belang of in het verleden regelmatig dividend uitgekeerd werd of dat extra opnamen werden gedaan via een schuld in rekening courant.

Alimentatie bij een eenmanszaak
Hoe zit het dan met een eenmanszaak? Daar wordt vaak de volledige winst als basis genomen voor de draagkrachtberekening. Best apart als je beseft dat ook een eenmanszaak te maken kan hebben met noodzakelijke investeringen in de nabije toekomst. En ook een eenmanszaak doet er verstandig aan om reserves op te bouwen.

Met enige regelmaat maak ik mee dat er flinke discussie is over dergelijke reserveringen, afschrijvingskosten en incidentele kostenposten.

Procederen of overleg?
De bovenstaande discussiepunten alleen al zijn wat mij betreft doorslaggevende reden om te kiezen voor overleg en samenwerking. Als je deze discussie bij de rechtbank moet voeren, is het niet altijd mogelijk om een financieel deskundige erbij te betrekken die dit goed kan becijferen en onderbouwen. Beide partijen kunnen zelf een financieel deskundige een verklaring laten afleggen en die bij de stukken voegen. Maar dat is dan weer geen neutrale deskundige en het is de vraag waar de rechtbank in meegaat als er tegengestelde verklaringen zijn.

Als een rechtbank een financieel deskundige benoemd die op initiatief van de rechtbank als deskundige een en ander moet verklaren, zijn de kosten daarvan aanzienlijk hoger dan wanneer je dit zelf rechtstreeks doet. Bovendien duurt het dan ontzettend lang voordat beide partijen weten waar ze aan toe zijn. Een dergelijke procedure duurt al gauw een jaar en vervolgens nog enkele maanden om het deskundigenrapport te ontvangen. Daarna kunnen beide partijen daar nog op reageren en vervolgens dient de rechtbank een beschikking te geven. Al met al ben je alles bij elkaar snel anderhalf à twee jaar verder.

Bovendien is het aan de rechter om al dan niet een deskundige te benoemen. Regelmatig nemen ze zelf een beslissing, zonder input van een financieel deskundige.

Of je een rechter treft die zelf goed is in jaarrekeningen lezen en deze ook over meerdere jaren kan doorgronden, is een kwestie van geluk hebben. Ik ken helaas verschillende uitspraken waaruit blijkt dat dat niet altijd het geval is. Soms valt dat gunstig uit voor de ondernemer en soms ongunstig.

In overleg daarentegen kunnen beide partijen met een neutrale financieel deskundige aan tafel gaan zitten. Dan kan die – zowel bij een éénmanszaak als bij een BV – een realistische prognose maken van de verdiencapaciteit voor de komende jaren.

Beide partijen kunnen vragen stellen, opmerkingen maken en de ervaring leert dat er uiteindelijk altijd iets uitkomt waar beide partijen de redelijkheid van inzien. Dan kan op basis daarvan een alimentatie worden bepaald die redelijk is voor de ontvanger, haalbaar voor de betaler en waarmee de continuïteit van de onderneming niet in gevaar wordt gebracht. Dat laatste is uiteraard voor beide partijen van belang. Niemand heeft er wat aan als de onderneming in gevaar komt en er niets betaald kan worden.

Dit is deel 9 uit deze serie, link naar het vorige blog in de serie

———————————————————————————

Over de auteur:

Wampie van Arkel is een ervaren (overlegscheidings)advocaat, mediator en ondernemer.

Haar praktijk Van Arkel Familierecht heeft een vestiging in Rotterdam en in Hendrik-Ido-Ambacht.

Momenteel is zij voorzitter van de Vereniging van Collaborative Professionals; de multidisciplinaire vereniging van advocaten, financieel deskundigen psychologen en pedagogen. In teamverband brengen zij complexe scheidingen tot een duurzame regeling zonder naar de rechter te gaan.

Wampie van Arkel is ervaringsdeskundige. Zij is in de vorige crisistijd (2009) gescheiden en heeft daar de nodige uitdagingen bij ervaren, zowel als mens als als ondernemer. Bij deze scheiding zat ook haar/hun bedrijf als het ware ‘aan tafel’. In 2012 is zij opnieuw getrouwd met iemand die ook in de crisistijd was gescheiden. Dat gaf een gevoel van herkenning, maar het zorgde ook voor diverse hobbels bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden. Bij die besprekingen schoven opnieuw twee bedrijven aan bij de onderhandeltafel.

Deze ervaringen en alles wat ze daarvan heb geleerd heeft, heeft zij verwerkt in deze blogserie.