Het is al geruime tijd een veel besproken onderwerp: trouwen in ‘beperkte’ gemeenschap. Ongeveer een jaar geleden schreef ik dat een grote meerderheid van de Tweede Kamer had ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel van Swinkels (D66), Recourt (PvdA) en Van Oosten (VVD) waarin zij voorstelden om het huidige stelsel te veranderen zodat trouwen in gemeenschap van goederen niet langer de standaard zou zijn. Een goede stap met mij betreft, aangezien de huidig geldende wetgeving uit 1838 stamt.

 

Met een zeer kleine meerderheid in stemmen (slechts 1 stem!) heeft de Eerste Kamer gisteren het wetsvoorstel aangenomen. Met deze wijziging zullen voorhuwelijkse (privé)schulden en vermogens privé blijven, net als erfenissen en giften die tijdens het huwelijks ontvangen worden. Alleen vermogen dat tijdens het huwelijk gezamenlijk wordt opgebouwd, dient na echtscheiding gedeeld te worden.

 

Het blijft wel van belang dat men, net als bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden, goed vastlegt welk vermogen men reeds heeft bij het aangaan van het huwelijk. Hierbij is het niet genoeg om slechts een aantal bankrekeningnummers, gegevens van beleggingsportefeuilles en auto’s op te nemen. Hieruit blijkt namelijk niet welke waarde de bestanddelen ten tijde van het aangaan van het huwelijk vertegenwoordigden en dit zou problemen kunnen opleveren bij een eventuele scheiding.

 

De mogelijkheid blijft uiteraard bestaan om de samenstelling van de huwelijksgoederengemeenschap anders vorm te geven door bijvoorbeeld huwelijkse voorwaarden op te stellen.

 

Conclusie is dat het voor (aanstaande) echtgenoten van belang blijft om na te denken over de civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen van hun huwelijk.