Sinds 2009 zijn scheidende ouders verplicht om een ouderschapsplan op te stellen, waarin afspraken gemaakt moeten worden over de zorgregeling, de kosten van de verzorging en opvoeding en de informatie- en consultatieregeling. Het idee achter het ouderschapsplan is dat ouders door het plan samen op te stellen, minder conflicten zullen krijgen. Marit Tomassen-van der Lans, promovenda aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, concludeert in haar proefschrift dat het effect van het ouderschapsplan echter beperkt is.

Sinds de invoer van het verplichte ouderschapsplan is het aantal procedures niet afgenomen. Uit onderzoek blijkt dat er wel vaker regelingen worden overgekomen, maar dat het hier veelal vage afspraken betreft.

Tomassen-van der Lans stelt dat de verplichting om het ouderschapsplan op te stellen te soepel wordt toegepast door rechters. Ondanks dat het opstellen van een ouderschapsplan een voorwaarde is om te kunnen scheiden, wijzen rechters zelden een echtscheidingsverzoek af als er geen ouderschapsplan wordt overgelegd. Daarnaast leggen ouders ook vaak een standaardregeling aan de rechter voor.

Als alternatief stelt Tomassen-van der Lans voor om scheidingseducatie te verplichten. “Je zou ouders die willen scheiden kunnen verplichten om een voorlichtingsbijeenkomst bij te wonen over de risico’s van een scheiding voor hun kinderen en het belang van het samen opstellen van een ouderschapsplan. Ouders die dan geen gezamenlijk plan opstellen kun je verplichten om met een mediator te praten, die hen dan probeert te overtuigen alsnog een ouderschapsplan op te stellen”.