Donderdag 19 juni was ik aanwezig op het symposium ter gelegenheid van het afscheid van raadsheer dr. mr. Theo Koens. Er werd gesproken over o.a. het horen van kinderen door de rechter en loyaliteitsconflicten van kinderen tijdens een scheiding.

Prof. mr. Paul Vlaardingerbroek hield een lezing over het horen van kinderen in een procedure. Ik was gevraagd om samen met Paul een rollenspel te doen. Ik speelde hier het kind dat door een rechter ondervraagd werd. Paul begon met een “fout” verhoor. In dit verhoor toonde hij weinig interesse in mij, liet me niet uitpraten en stelde gesloten vragen. Hierna gaf Paul een lezing over hoe het volgens hem wel zou moeten gaan. Hij zou graag zien dat een kinderverhoor zou veranderen in een kindgesprek.

Vervolgens kwam mr. Marjolein Rietbergen aan het woord over haar ervaringen in de praktijk met het kinderverhoor. Zij gaf aan dat sommige kinderen, die zij heeft begeleid als bijzonder curator, het vreemd en eng vonden dat zij met een rechter moesten praten. Zij hadden immers toch niks fout gedaan?! Andere kinderen vonden het juist ontzettend spannend om naar een rechter te gaan. Kortom: een interessante kijk in de wereld van het kind, waar advocaten en rechters meer aandacht aan zouden moeten besteden.

Drs. Annelies Hendriks (ontwikkelingspsycholoog, mediator en coach bij overlegscheidingen) gaf een lezing over loyaliteitsconflicten die ontstaan bij kinderen. Zij vertelde hoe zij gesprekken voert met kinderen. In haar praktijk vraagt Annelies kinderen vaak om hun gezin, de nieuwe stiefouders en zichzelf, te omschrijven als dieren. Door middel van “re-framen” kan hier vaak veel informatie uitgehaald worden. Annelies is van mening dat je geen psycholoog hoeft te zijn om een goed gesprek met een kind te voeren. Met vragen stellen en daar steeds op doorvragen, kom je heel ver!

Ten slotte gaf mr. dr. Myriam de Bruijn een toelichting op de startnotitie professionele standaard gerechtshoven waarbij onder andere de uitnodigingsbrief, die naar de kinderen wordt verstuurd voor het kinderverhoor, werd besproken.

Paul Vlaardingerbroek sloot de lezingen, samen met mij, af met een “goed” kinderverhoor. Hier toonde hij juist wel interesse in mij en mijn toekomst, stelde open vragen en stelde me op m’n gemak, onder meer door schuin tegenover mij te gaan zitten. Ook gaf hij op geen enkele manier het gevoel dat ik moest kiezen tussen mijn ouders. Hij sloot het gesprek af met de vraag wat ik na het gesprek ging doen om weer in het hier en nu te komen. Ik zou elke rechter willen aanraden om een kinderverhoor / kindgesprek op deze wijze te voeren.

Na alle lezingen was er tijd voor het publiek om vragen te stellen aan de sprekers. Er ontstond een interessante discussie over of het verstandig is om als rechter voorafgaand aan een kinderverhoor het kind ervan op de hoogte stellen dat alles wat het kind ter sprake brengt, ook tijdens de zitting met de ouders besproken zal worden. Een kind zou er hierdoor voor kunnen kiezen om belangrijke zaken niet ter sprake te brengen om eventuele consequenties in de huiselijke sfeer te voorkomen.

Eén vrouwelijke rechter in het publiek gaf aan dat zij dit juist altijd voorafgaand aan kinderverhoren aangeeft. Wanneer het kind dan toch iets wil vertellen wat zij als rechter niet op de zitting mag bespreken, laat zij het kind weten dat hij/zij dit dan ook niet aan haar moet vertellen. Tijdens deze discussie heb ik aangegeven dat ik ook ervaring heb met het voeren van kindgesprekken en dat ik juist voorafgaand aan zo’n gesprek aangeef dat alles wat er op dat moment besproken wordt tussen mij en de kinderen blijft, mits het kind aangeeft dat er wel iets teruggekoppeld mag worden aan zijn/haar ouders. Hierdoor krijg je soms dingen te horen die je niet mag doorgeven aan de ouders en dat terwijl dit vaak de relatie tussen kind en ouders zou kunnen verbeteren.

Ik ben van mening dat je als professional een verantwoordelijkheid hebt om het kind zoveel mogelijk te ondersteunen en “empower-en”. Als je als rechter geen toestemming krijgt om informatie van het kind aan de ouders terug te koppelen, dan vind ik dat je er voor moet zorgen dat een ander persoon wel iets met deze informatie kan doen om het kind te hulp te komen.

Tijdens de discussie kwam ook ter sprake in hoeverre de mening van het kind betrokken moet worden in het besluit van de rechter. Volgens mij is hier maar één antwoord op: tijdens een scheiding zit het kind al in een moeilijke positie en door het kind buiten die discussie te houden zorg je er voor dat het kind niet eens de mogelijkheid krijgt om het beste te maken van een slechte situatie. Het betrekken van de wensen en behoeften van het kind bij de beslissing geeft het invloed op diens leven. Als dat past bij de leeftijd, geeft dat het kind kracht.

Al met al was het een zeer interessante middag, waarbij veel aandacht werd besteed aan het verbeteren van de situatie van het kind in het familierecht. Ik vond het fijn om te horen dat er genoeg mensen zijn die zich sterk maken voor de positie van het kind.