Uit het huwelijk tussen Wim en Esther is in 2004 Thijs geboren. In 2011 wordt het huwelijk door echtscheiding ontbonden. Thijs heeft het hoofdverblijf bij Esther. De rechtbank heeft de door Wim aan Esther te betalen kinderalimentatie vastgesteld. Esther gaat in 2014 samenwonen met haar nieuwe vriend Richard. In 2015 trouwen ze.

Esther verzoekt de rechtbank de door Wim aan haar te betalen kinderalimentatie gewijzigd vast te stellen op € 528 per maand. De rechtbank wijst het verzoek toe. Wim gaat in hoger beroep. Daarbij spitst het geschil zich toe op de verdeling van de kosten van Thijs over Wim, Esther en Richard.

Het hof stelt vast dat Richard – aangezien hij met Esther getrouwd is en Thijs onderdeel uitmaakt van hun gezin – op grond van artikel 1:395 BW onderhoudsplichtig is voor Thijs. In het geval dat er meerdere onderhoudsverplichtingen van ouders en stiefouders zijn, is het uitgangspunt dat deze onderhoudsverplichtingen van gelijke rang zijn. De omvang van ieders onderhoudsverplichting hangt dan af van de omstandigheden van het geval, waarbij als belangrijke factoren in het bijzonder gelden (1) het gegeven dat tussen de ouder en het kind een nauwere verwantschap bestaat dan tussen de stiefouder en het stiefkind, (2) de draagkracht van de ouder en de stiefouder en (3) de feitelijke verhouding tot ieder van de onderhoudsplichtigen.

Vast staat dat Wim, in tegenstelling tot wat partijen in hun ouderschapsplan zijn overeengekomen, al jaren geen contact heeft met Thijs, zodat hij feitelijk een vader op afstand is. Daarentegen vormt Richard reeds sinds 2014 een gezin met Esther en Thijs, en heeft hij dus in zoverre een nauwere band met Thijs dan Wim. Het hof constateert verder dat Esther, in deze procedure, geen financiële gegevens van Richard heeft overgelegd, waardoor zij het hof niet in staat heeft gesteld de draagkracht van Richard te berekenen.

Gelet op voormelde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat Richard een aandeel van 1/3 in de kosten van Thijs kan worden toegerekend. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt de door Wim aan Esther te betalen kinderalimentatie met ingang van 1 september 2018 vast op € 178,57 per maand.

Er wordt nog weleens verschillend beslist in soortgelijke zaken. De omstandigheden van het geval zijn bepalend en dus valt en staat het met een goede voorbereiding en onderbouwing. Garanties kunnen niet gegeven worden. De uitkomst is ook afhankelijk van de zittende rechter. Het is dus van groot belang om in dergelijke zaken bijstand te zoeken van een gespecialiseerde familierechtadvocaat die jou hierbij kan helpen. Een advocaat waar je een klik mee hebt en die met je meedenkt.

Wampie van Arkel en Anouk Hansma helpen je hier graag bij!