Freek en Noortje zijn een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan. De echtelijke woning is gemeenschappelijk eigendom. Samen hebben Freek en Noortje ook een hypotheek. In 2007 wordt hun partnerschap ontbonden. Freek is inmiddels getrouwd met Laura en woont samen met haar in de gemeenschappelijke woning, die nog altijd niet verkocht of verdeeld is. Noortje woont al jaren ergens anders.

Noortje vordert een machtiging om de woning van partijen te gelde te maken. Zij wil de woning ‘van haar naam af hebben’ en ‘schuldenvrij achterblijven’. Freek betoogt dat de woning fors onder water staat en dat het hem nog niet is gelukt om deze te verkopen. Hij beschikt ook niet over voldoende financiële middelen om Noortje uit te kopen. Van hem kan niet worden verwacht dat hij meewerkt aan verkoop van de woning als niet duidelijk is dat Noortje haar deel van de restschuld na verkoop zal dragen en voldoen, aldus Freek.

De rechtbank overweegt als volgt. Voor het instellen van haar vordering heeft Noortje zich gewend tot een jurist, die – onder de naam DeGoedkoopsteDagvaarding.nl – voor haar een dagvaarding heeft opgesteld. Deze dagvaarding is niet zozeer goedkoop, als wel slecht. De inhoud van die dagvaarding is door de taalkundige onjuistheden slecht leesbaar. Daarnaast heeft deze jurist zich tot de verkeerde instantie gewend (namelijk tot de kantonrechter) en had het in dit geval geen dagvaarding, maar een verzoekschrift moeten zijn. Daar komt nog bij dat de jurist – hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld door de kantonrechter – geen reactie heeft gegeven op het verweer dat bij de kantonrechter was gevoerd. Wel heeft hij daartoe op 21 januari 2020 uitstel gevraagd en verkregen tot 19 februari 2020, maar daarna werd niets meer vernomen.

De kantonrechter en de advocaat van Freek hebben uit de dagvaarding afgeleid dat het allereerst de bedoeling van Noortje is om een beroep te doen op art. 3:174 lid 1 BW . Een procedure op grond van dit artikel dient met een verzoekschrift te worden ingeleid en niet met een dagvaarding. Art. 69 Rv bepaalt dat in zo’n geval de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de wel geldende procedure. In dit geval (de kantonrechter heeft zich onbevoegd verklaard en de zaak naar de handelskamer verwezen) houdt dat in dat in beginsel een mondelinge behandeling wordt gelast.

De rechtbank stelt een mondelinge behandeling van het verzoek vast om met partijen in overleg te treden op welke wijze uit de ontstane impasse kan worden gekomen. Aan Noortje wordt geadviseerd om zich tot een advocaat te wenden, die haar zal bijstaan. Indien Noortje alleen verschijnt, zal zij wel inlichtingen mogen geven, maar geen proceshandelingen mogen verrichten. Al me al levert Noortje’s keuze haar dus extra kosten op… Zonde en niet nodig!

Het is bijzonder aan te raden om bijstand te zoeken van een gespecialiseerde familierechtadvocaat die jou bij dergelijke kwesties kan helpen en samen met jou kan afwegen of het zinvol is om een procedure te starten. Een advocaat waar je een klik mee hebt, die met je meedenkt en de schade voor jou en de andere betrokken zoveel mogelijk probeert te beperken. Nog beter is om het overleg te zoeken en zo tot een oplossing te komen waar jullie beiden achter kunnen staan.

We helpen je hier graag bij.

Rechtbank Noord-Holland 24 juni 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:4565